mmzh_workshop_01Op vrijdag 18 maart 2016 organiseerde het Masterplan MEI Zuid-Holland (MMZH) een werkconferentie voor alle partners van het platform.

Zowel onderwijs als bedrijfsleven waren goed vertegenwoordigd op de werkconferentie die plaatsvond in de Duurzaamheidsfabriek in Dordrecht; er participeerden 110 deelnemers in het dagprogramma. Er werden diverse workshops gegeven, een daarvan: ‘Gedeelde verantwoordelijkheid voor het begeleiden en beoordelen in de praktijk’.

In het eerste gedeelte van deze workshop is Wouter van Diggelen ingegaan op de uitgangspunten van het begeleidingssysteem. Hierbij benadrukte hij het belang van een eenduidige, herkenbare structuur en werkwijzen.

Hierbij hoort een aantal basisafspraken over frequentie van de gesprekken en de rollen en verantwoordelijkheden die daarbij horen en natuurlijk handbaar hulpmiddelen voor onderwijs en bedrijven. Ook is ingegaan op de verschillen met de huidige manier van begeleiden en beoordelen en de systematiek die gaat worden gebruikt vanaf 2016.

De kern is het houden van een drietal driehoekgesprekken op basis van de ontwikkelde begeleidings-en beoordeling methode van het masterplan. Bij deze gesprekken moet men er voor waken niet teveel feedback te geven op hetzelfde niveau (niet alleen gericht op resultaat, maar ook op houding en gedrag b.v.).

De feedback dient verder zo specifiek mogelijk te zijn een gericht op de voortgang van een leerdoel. Hoe eerder er feedback gegeven wordt hoe beter. De feedback dient in een geschreven commentaar worden samengevat.

Begeleidingsformulier

Daarna behandelde Schouten het ontwikkelde begeleidingsformulier van een opleiding. Opmerkelijk was dat de invloed van het bedrijfsleven goed terug te vinden was op het begeleidings- en beoordelingsformulier, door het apart benoemen van het onderdeel Veiligheid en Beroepshouding en gedrag.

Verder worden er per werkproces niet meer dan zeven beoordelingspunten geformuleerd in verband met de beheersbaarheid van het beoordelen; beoordelingspunten die één op één uit de regioprofielen zijn gehaald. Ook is er ingegaan dat de methodiek aansluit op de methodiek van beoordelen door examencentrum MEI en dat men vanuit het vmbo bij doorstroom ook gebruik kan maken van de formulieren. Er is uitgelegd dar beoordeeld wordt met A, B of C, en de “portretten” die horen bij deze beoordelingsvorm.

Indien de leerling zelfstandig complexe werkopdrachten kan uitvoeren, is hij op niveau C gekomen. Indien alle werkprocessen van het basisdeel of profieldeel met een C zijn afgesloten, kan de leerling examen gaan doen in het betreffende deel.

Begeleidingsgesprekken op basis van waarneembaar gedrag

De heer Marcel de Graaf heeft vanuit zijn specialiteit gesproken over “hoe een gesprek aan te gaan” met leerling en praktijkopleider als de begeleiding vast gelopen is. Hij kwam met vele voorbeelden waarvan de basis is , dat men het gesprek moet voeren op basis van waarneembaar gedrag want gedrag is geleerd en gedrag heeft een functie, waarbij benadrukt werd dat gedrag op straat heel iets anders is, en een andere functie heeft, dan het gedrag dat men op de werkvloer mag verwachten. Zijn aanpak bij situaties waarbij de begeleiding was vastgelopen tussen de leerling en de praktijkbegeleider was het in samenspraak opstellen van een Gedragslijst met daarin ook opgenomen wat het bedrijf aan gedrag verwacht en wat de leerling van het bedrijf mag verwachten.

Marcel de Graaf gaf ook aan dat bedrijven waar de begeleiding vast liep, geen structurele afspraken hadden over begeleidingsgesprekken en er geen begeleidingssysteem aanwezig was. Daarom sluit de methode van de begeleidings- en beoordelingssystematiek van het Masterplan goed aan op succesvol begeleiden van leerlingen.

Jaco den Haan, praktijkopleider van Verkerk Installatietechniek, heeft uitgelegd dat hij vanaf 2008 met volle tevredenheid werkt met de begeleidings- en beoordelingssystematiek van het Masterplan en dat hij mede dankzij deze structuur van begeleiden nooit grote problemen met leerlingen heeft gehad.